januari 4 2018

Gedichten

RAMADAN IS VOORBIJ

Ramadan is voorbij, voorgoed voorbij. Geen siyam, shor,
iftar en bekronend Suikerfeest meer. Voor miljoenen wel,
maar niet meer voor jou Mouaz. Mouaz Al-Balkhi. Geen
ouders, vrienden en oom kunnen jou nog omhelzen, niet
meer samen bidden, nimmer meer met jou ontvasten.

Het veel te koude water dat jij durfde te weerstaan
heeft jou als een omgekeerde baarmoeder binnengehaald.
In de zee tussen Calais en Engeland ontbreken wal-
vissen die je inslikken en op een eiland uitspuwen. In de
zee die net zo verraderlijk als de Bosporus kan zijn,

zwemmen geen dolfijnen die jou hadden kunnen redden.
Er gaat een trein onder de zee naar jouw bestemming. Er
was geen sprake van dat jij in mocht stappen. ‘Dan maar
zwemmend.’ Je oom op het veilig eiland aan de overkant
belde en belde je, hoorde als antwoord ’n Arabisch liedje.

Jouw stem bleef stil. Omdat jij dacht aan je toekomst, je
studie, de oorlog in Syrië die jij was ontvlucht. Eens zou jij
je weer verzoenen met je ouders. Maar de zee heeft jou
ingeslikt. Ik heb nu je naam genoemd Mouaz. En wel of
geen Ramadan, ik zal voor je bidden. Voor jou en Syrië.

Vluchteling Mouaz Al-Balkhi (22) probeerde over zee naar Engeland te zwemmen.
Hij kocht een wetsuit en dook op 7 oktober 2014 in Calais het water in. Drie weken later spoelt hij op De Koog in Texel aan. Daar ligt hij nu begraven.


HAD JE ANDERS GEDACHT?

Voor melieve

Zelfs niet bij uitzondering,
de arm die ik om je schouders sla, de deur die ik voor
je open houd, lieve of gekke woorden die ik je bedenk,
de muziek waarmee ik je oren verwen, een bergwan-
deling die je voert naar een klein welhaast vergeten
oord waar tijd bijzaak is.
Ik deed en doe het voor je omdat je mij zo lief bent,
en nooit ingegeven om wat toeval wordt genoemd. En
nooit gedaan uit vanzelfsprekendheid. Dat ken ik niet,
daar zijn wij beiden vreemd mee. Het nieuwe gerecht
dat ik op tafel tover, de Zwitserse puurste chocolade
die ik tevoorschijn haal, een nog niet eerder gehoord
sprookje vertel, een grap die ik maak, oudroze rozen
die geurend Rilkegedichten oproepen in de theetuin
van Bern. Niets was en is gedaan uit vanzelfsprekend-
heid, niets uit toeval, zelfs niet bij uitzondering.
Ik deed en doe het louter voor jou, kom maar thuis
melieve, het hout brandt in de haard,
om je lijf te warmen en tegen alle vormen van kou-


DANSER VAN ALEPPO

Voor Yasser

Zie hem toch, zweepslagen zijn het, uitmondend in vloer
penselende bewegingen. Zijn hoofd trots en fier, honderden
noten later gebogen. Gebogen naar de grond, bodem waar-
door hij niet zal zakken. Oeverloos verlangen, klein geluk,
heimwee, ja díepe heimwee en aangedaan verdriet spatten
in de rondte. Spatten van zijn lijf dat niet stil kan staan.
In alles is hij sierlijk en beheerst. Secondenlang, nee, tien-
tallen minuten aaneen danst hij op Arabische klanken. Danst
weer opnieuw, rijgend minuut aan minuut. Hij danst alsof
zijn leven ervan afhangt. Hij danst en danst om te overleven.


Deze drie bovenstaande gedichten zijn afkomstig uit de bundel ‘Danser van Aleppo’


DE ZEE HEEFT ÉEN VAN MIJN LIEFSTEN GEROOFD*

Dat hadden we niet afgesproken
de laatste keer dat ik bij haar was.
Ze heeft èen van mijn allerliefsten
afgepakt en morrelt constant aan
de gesprekken met vrienden.
Het is fijn om naar strand te gaan,
eb te zien golven naar vloed. Ook
aangenaam: ‘s nachts bij het rondje
met hond de zee uit de verte te
horen. Maar nu heeft zij bezit van
mij genomen.
Ze houdt constant een grote schelp
tegen mijn oor, monotone geluiden
worden bijgestaan door signalen
van morsetekens. Het lukt me nog
niet ze te ontcijferen.
De zee heeft mijn smeekbede niet
verhoord: ze spaarde geen plek
voor mijn hartsvriendin muziek.
De zee de zee de zee, de zee
heeft mij een oor aangenaaid.

(*Sudden deafness)


IN DEN HAAG….

Den Haag die heeft een jongetje gered,
en zijn naam is Mohammed,
aan zijn arm een tas voor Haagsche
kakker en ’n pas, en nu staand naast
Jantje, een gelijk wijzend handje.
Hij draagt geen hoed, straks wel ’n pet,
dag mijn lieve Mohammed!

Bij het beeld ‘Haags Jantje’ van Ivo Coljé (1951-2012)
(Liedje is naar: In Den Haag… auteur onbekend)