januari 4 2018

Gedichten

SAFE HOME

In memoriam mijn lieve zuster Dora

Ja, zo zal je het beleven: lammeren
dartelen in grazige weiden, hummeltjes
klimmen van hekjes, blijven doorgaan
met plukken van meibloemen totdat
hun armen overladen zijn, vlinders
houden de kleuren vast.
In de verte schijn je bekenden te zien
en goh, wat gaat het lopen je weer
makkelijk af. En kijk, de reeën zijn niet
schuw meer, ze blijven staan, je ziet
tussen hun wimpers in de spiegels: ’n
man dansen. Onder camelia’s op een
gedwarreld tapijt staat een hemelbed,
aan het hoofd- en voeteneind wordt
gezongen: ” ’s avonds als ik slapen ga,
volgen mij veertien engeltjes na.” Zie
je lieve Door, je bent weer veilig thuis.

4 mei 2020


De eerste twee gedichten hieronder horen eigenlijk bij mijn nieuwe bundel “Ik kom uit Aleppo“. Daarin staan ze niet, wel in de handgeschreven versie en hier op mijn website. Voor Yasser & Noura.


WAT MIS IK U, WAT MIS IK U ZO ZEER

Voor Yasser & Noura

Jawel mama, ik ben dankbaar dat wij elkaar op
foto en live op mobieltje kunnen zien.
Ook ben ik blij dat U woont waar het veilig heet.
Maar mama, al ben ik flink, al verman ik me,
mijn hart blijft tranen vloeien omdat ik U niet
kan omhelzen, niet kan vasthouden, Uw rozen-
parfum niet meer kan herinneren.
Vergeet alstublieft mama wat Ayham zei.
Het is niet helemaal waar. Natuurlijk wonen
hier ook mensen die nare dingen zeggen over
ons. Maar, zij zijn niet in de  meerderheid. Het
zijn de bangeriken, die wel op 4 mei 2 minuten
stil zijn. Weinig om na te denken wat gebeurde,
eerder uit traditie, zoals ze beweren. Van die
mensen zat altijd wel een opa in het verzet of
hadden de grootouders onderduikers.
Mooie menslievende voorouders hè?
Dag liefste moeder, de gedroogde jasmijn die
U mij gaf, bewaar ik voorin de Koran.
Houd ik dit tegen me aan, sluit ik mijn ogen,
dan bedenk ik U heel dicht bij me.


LUCHTPOST (alhamam al’avanad)

Voor Yasser en Noura

Mijn zoon, weet je nog? Weet je nog dat er
vaak een witte duif voor jouw kamerraam
kwam zitten? Hij wacht op post grapte ik
dan.
Sinds jij weg bent komt hij steeds vaker
terug.
Zolang soldaten de straten van Idlib
bevolken, komt er geen postbode meer
langs.
Toch hoop ik dat je mijn laatste brief
mag ontvangen. Dagenlang heb ik de
duif extra granen gegeven en de zoetste
pitten van granaatappels. Ik bid dat de
jagers hem ontzien. Houd je getralied
raam alsjeblieft dag en en nacht open.
De duif kan geen zware woorden torsen,
daarom heb ik heel klein geschreven mijn
zoon, edoch nog wel leesbaar hoor. O ja,
we moeten altijd elk soort weer trotseren,
ook nu, vandaar dat je vooralsnog niets
op het papier ziet staan. Houd de brief
boven kaarslicht en het schrift in limoen-
sap licht op. Insha’Allah.
Ik omhels je duizend malen,

je liefhebbende moeder


De volgende drie gedichten zijn afkomstig uit de bundel ‘Danser van Aleppo‘.


RAMADAN IS VOORBIJ

Ramadan is voorbij, voorgoed voorbij. Geen siyam, shor,
iftar en bekronend Suikerfeest meer. Voor miljoenen wel,
maar niet meer voor jou Mouaz. Mouaz Al-Balkhi. Geen
ouders, vrienden en oom kunnen jou nog omhelzen, niet
meer samen bidden, nimmer meer met jou ontvasten.

Het veel te koude water dat jij durfde te weerstaan
heeft jou als een omgekeerde baarmoeder binnengehaald.
In de zee tussen Calais en Engeland ontbreken wal-
vissen die je inslikken en op een eiland uitspuwen. In de
zee die net zo verraderlijk als de Bosporus kan zijn,

zwemmen geen dolfijnen die jou hadden kunnen redden.
Er gaat een trein onder de zee naar jouw bestemming. Er
was geen sprake van dat jij in mocht stappen. ‘Dan maar
zwemmend.’ Je oom op het veilig eiland aan de overkant
belde en belde je, hoorde als antwoord ’n Arabisch liedje.

Jouw stem bleef stil. Omdat jij dacht aan je toekomst, je
studie, de oorlog in Syrië die jij was ontvlucht. Eens zou jij
je weer verzoenen met je ouders. Maar de zee heeft jou
ingeslikt. Ik heb nu je naam genoemd Mouaz. En wel of
geen Ramadan, ik zal voor je bidden. Voor jou en Syrië.

Vluchteling Mouaz Al-Balkhi (22) probeerde over zee naar Engeland te zwemmen.
Hij kocht een wetsuit en dook op 7 oktober 2014 in Calais het water in. Drie weken later spoelt hij op De Koog in Texel aan. Daar ligt hij nu begraven.


HAD JE ANDERS GEDACHT?

Voor melieve

Zelfs niet bij uitzondering,
de arm die ik om je schouders sla, de deur die ik voor
je open houd, lieve of gekke woorden die ik je bedenk,
de muziek waarmee ik je oren verwen, een bergwan-
deling die je voert naar een klein welhaast vergeten
oord waar tijd bijzaak is.
Ik deed en doe het voor je omdat je mij zo lief bent,
en nooit ingegeven om wat toeval wordt genoemd. En
nooit gedaan uit vanzelfsprekendheid. Dat ken ik niet,
daar zijn wij beiden vreemd mee. Het nieuwe gerecht
dat ik op tafel tover, de Zwitserse puurste chocolade
die ik tevoorschijn haal, een nog niet eerder gehoord
sprookje vertel, een grap die ik maak, oudroze rozen
die geurend Rilkegedichten oproepen in de theetuin
van Bern. Niets was en is gedaan uit vanzelfsprekend-
heid, niets uit toeval, zelfs niet bij uitzondering.
Ik deed en doe het louter voor jou, kom maar thuis
melieve, het hout brandt in de haard,
om je lijf te warmen en tegen alle vormen van kou-


DANSER VAN ALEPPO

Voor Yasser

Zie hem toch, zweepslagen zijn het, uitmondend in vloer
penselende bewegingen. Zijn hoofd trots en fier, honderden
noten later gebogen. Gebogen naar de grond, bodem waar-
door hij niet zal zakken. Oeverloos verlangen, klein geluk,
heimwee, ja díepe heimwee en aangedaan verdriet spatten
in de rondte. Spatten van zijn lijf dat niet stil kan staan.
In alles is hij sierlijk en beheerst. Secondenlang, nee, tien-
tallen minuten aaneen danst hij op Arabische klanken. Danst
weer opnieuw, rijgend minuut aan minuut. Hij danst alsof
zijn leven ervan afhangt. Hij danst en danst om te overleven.


Deze drie bovenstaande gedichten zijn afkomstig uit de bundel ‘Danser van Aleppo‘.
Hieronder nog twee andere gedichten.


DE ZEE HEEFT ÉEN VAN MIJN LIEFSTEN GEROOFD*

Dat hadden we niet afgesproken
de laatste keer dat ik bij haar was.
Ze heeft èen van mijn allerliefsten
afgepakt en morrelt constant aan
de gesprekken met vrienden.
Het is fijn om naar strand te gaan,
eb te zien golven naar vloed. Ook
aangenaam: ‘s nachts bij het rondje
met hond de zee uit de verte te
horen. Maar nu heeft zij bezit van
mij genomen.
Ze houdt constant een grote schelp
tegen mijn oor, monotone geluiden
worden bijgestaan door signalen
van morsetekens. Het lukt me nog
niet ze te ontcijferen.
De zee heeft mijn smeekbede niet
verhoord: ze spaarde geen plek
voor mijn hartsvriendin muziek.
De zee de zee de zee, de zee
heeft mij een oor aangenaaid.

(*Sudden deafness)


IN DEN HAAG….

Den Haag die heeft een jongetje gered,
en zijn naam is Mohammed,
aan zijn arm een tas voor Haagsche
kakker en ’n pas, en nu staand naast
Jantje, een gelijk wijzend handje.
Hij draagt geen hoed, straks wel ’n pet,
dag mijn lieve Mohammed!

Bij het beeld ‘Haags Jantje’ van Ivo Coljé (1951-2012)
(Liedje is naar: In Den Haag… auteur onbekend)